Over de Koude

Jaar
1983
Afmetingen
293 x 158 x 158 cm
Materiaal
acrylaat spiegel, triplex, multiplex, ijzer, messing, ramin
Inventarisnummer
247
Categorie(ën)
Trefwoorden

Die spiegel ziet er uit als een zonnespiegel, maar dat is geen zonnespiegel, dat is een koudespiegel. Het is op zichzelf logisch dat wanneer ik bezig ben met het verwarmen van metalen of vloeistoffen die dan in een beweging resulteren, dat ik op een zeker moment ook aan de andere kant van de warmte ga denken.
En dan kom ik erop een gegeven moment achter dat ons referentiesysteem is geworden graden Celsius. En dan heb je daarvan afgeleid een Kelvin, graden Kelvin. Nul graden Kelvin is dan het absolute nulpunt. Er is iets zeer merkwaardigs aan het idee dat wij een absoluut nulpunt zouden hebben. De vraag is eigenlijk of dat wel bestaat. En die spiegel is een manier om daar naar toe te denken. Die spiegel wordt opgesteld, buiten ‘s zomers, die wijst recht omhoog, die wijst als het ware recht tussen de sterren. En dat wat tussen de sterren zou zijn, is dan het niets, daar is niks, daar is natuurlijk wel wat, maar dat is zo weinig dat het eigenlijk niets is. En daar is het dan 272 komma zoveel graden onder nul.

Het mooie is dat door die opstelling feitelijk ik inderdaad een temperatuurverlaging heb gekregen in dat bakje daarboven van een graad of vijf, zes ten opzichte van thermometers die op gelijke hoogte er om heen hingen, dus mijn concept werkt ook. Wat er óók gebeurt is de overweging: wat gebeurt er als ik ‘s nachts buiten loop en ik heb het koud, wat is dat? Overdag voel je de zon warm op je komen, enfin dat is de lamp, dat is bron, dat is de God, dat komt op je af. Maar ‘s nachts is die dus weg. En de mensen hebben dan licht en huizen en kachels uitgevonden om de warmte die de zon gegeven heeft te behouden. Wat er gebeurt als je met zo’n ding bezig bent, met die thermometer, is dat je je realiseert dat je overdag de zon ontvangt, en als je ‘s nachts tegen de ochtend vooral, wanneer het echt koud is, buiten loopt, dat het heelal aan jou zuigt, aan jou trekt. Dan kun je zeggen het nulpunt trekt. Dat is ook een component van die polen, van de zon en van de nacht, de andere kant van de zon. En het aardige is dan dat je ‘s nachts zon bent. Dan ben jij de zon. En dat idee is een mooi idee. Als je er dan over nadenkt dan word je zon, en dat is een goddelijk gevoel. Dat is wat dat ding doet. Dat is fantastisch. Maar het is een typische nachtgedachte, dat denk ik wel.

Hij werkt alleen ‘s nachts. Overdag is de overstraling van de omgeving zo hoog dat het verschil niet. . . Dan straalt alles, maar ‘s nachts dan koelt alles af, en als dat dan zo’n beetje afgekoeld is, dat is om een uur of vier dan begint dat ding te werken. Door zo’n spiegel te maken, zo’n nachtspiegel, zo’n koude- absolutenulpuntspiegel kom je er achter dat zo’n dag precies goed is. Het moest niet langer duren dat het nacht was, want dan werd het te koud. Stel dat het een keer de aarde stil zou staan 48 uur lang, nou dan zou het een verschrikkelijke ramp zijn want dan koelt het door en door af, dan gebeurt er wat, dan komt er een onherstelbare schade. Maar dat kan ook niet, want dat systeem klopt wel.”

‘Uit de werkplaats’ cat. Van Abbemuseum 1984

gerrit-van-bakel-schets-overdekoude
Schetsblad Over de Koude 12 x 15 cm.
Negatiefblad Over de Koude, Zomerwiel, Perseidenkijker buitenterrein werkplaats Randweg Deurne.  Foto: Gerrit van Bakel