Baldurwagentje

Jaar
1984
Afmetingen
183 x 159 x 82,5 cm
Materiaal
staal, aluminium, koper, triplex, ramin, nylon
Inventarisnummer
253
Categorie(ën)
Trefwoorden

Het vreemde van ‘Over de Oorsprong van de Godsvrucht‘ is dat het eigenlijk altijd in mijn schetsboeken steeds een bijtekeningetje was als ik met dit ding bezig was. Het Baldurwagentje.
Ik heb zelf nooit begrepen waarom die dingen steeds bij elkaar waren. Het enige is dat dat wagentje, (Over de Oorsprong van de Godsvrucht) niet kan rijden, maar dat dit wagentje wel kan rijden. Als dit wagentje rijdt dan gaan de flappen op en neer. Nou kun je je afvragen wat de betekenis daarvan is. Ik kan daar een verhaal over vertellen, zal ik dat doen?
Baldur was een Germaanse Godheid, een jonge man, een soort Apollo. Hij vertegenwoordigde de schoonheid. De Mooie, de Prachtige, de Schitterende dat was Baldur. En zijn moeder vroeg aan de wezens, aan de mensen, aan de andere Goden; Je moet mijn zoon. vind je hem mooi? -ja. Je moet hem niet doden. – Nee. Je moet hem niets doen. Je moet hem eeuwig laten leven. -Ja. Hij is zo mooi. – Ja, dat doen we niet. Ze vroeg het aan de dieren en ze vroeg het aan de planten. En iedereen had de moeder van Baldur gezegd dat ze niks zouden doen. De schoonheid zou niet vernietigd worden. Wat gebeurt er nou? Op een dag, Baldur was dus onkwetsbaar, was het feest bij de Goden, en toen gingen ze allemaal op hem schieten, ze hadden pijl en boog, ze legden aan. Maar de pijl was van rozentak, en de roos had beloofd Baldur niets te doen, dus de tak die boog af. Nou dat ging dus mooi en Baldur stond daar wat te lachen en die vond dat ook wel mooi dat hij onkwetsbaar was. Nou had Baldur nog een blinde oom, aardig van die Goden dat die oom blind kon zijn, en die hoorde dat feestgedruis en die wou ook schieten. Maar de pijlen waren op. Dus een van de jongens klom in een boom en sneed een tak af, een maretak en die oom zei: waar staat hij ergens? Nou ze hielpen hem een beetje richten, en hij schoot lachend die pijl. Maar de moeder had vergeten de maretak te vragen want de maretak is een parasiet. En Baldur werd getroffen door de maretak en stortte dood neer.

Wat ik mij voorstelde verder, was wat Baldur de avond tevoren had gedaan. En ik heb het volgende bedacht. ‘s Avonds tevoren, was hij naar zijn oom gegaan, de smid. Ze hadden het er over gehad dat als Donar over de wolken reed. Donder en bliksem veroorzaakte, nog iets te kort kwam. Zodat je het vuur aanblaast. En dat Baldur samen met zijn oom een wagentje ontworpen had, om als een waaier wind te maken. Dan zouden ze stiekem, als Donar weer eens bliksem ging maken dat wagentje achter die geitekar hangen. En dan zou het ook waaien. Dat was het plan. En dat is dit wagentje. Dit is dus een voorstel van wat ik denk dat er gebeurd is.

Maar er is nog iets meer. Omdat Baldur de dag erop doodgeschoten werd, was er iets wat hij nog vergeten was te zeggen tegen zijn oom, hij wou nog tegen zijn oom zeggen; oom je moet niet vergeten om een stukje koper, een stukje ijzer en een stukje aluminium te verbergen in die drie dingen, want anders komt er iets in Europa, daaronder, van een drieeenheid. een merkwaardige God die te vuur en te zwaard in Zuid-Amerika indianen gaat vermoorden. Een gruwel, een gruwel die nog veel gruwelijker is dan welke strijd voor of achter het Walhalla ook ooit gevoerd is. Maar dat had Baldur niet gezegd. En dat is wat ik denk nou te weten. Ik heb nou die drie elementen, ingebracht in die waaier. Ik bedacht dat er een bezwering te kort is geweest, die er voor gezorgd heeft dat het Christendom kon ontstaan, met één God in drie Personen.

Door het feit dat die drie dingen vergeten zijn en die drievuldigheid een rol ging spelen, heeft het langer geduurd voordat de mens kon vliegen. Dat ze daarmee van Icarus zijn afgedwaald.”

‘Uit de werkplaats’ cat. Van Abbemuseum 1984

Collectie Bonnefanten Maastricht

 

Foto: Michiel van Bakel